Amerikaanse veiligheidsdiensten bespioneren gebruikers via internetdiensten

De Amerikaanse veiligheidsdiensten NSA en FBI en de Britse tegenhanger GCHQ volgen wat gebruikers buiten de VS doen met internetdiensten van Microsoft, Yahoo, Google, Facebook, PalTalk, AOL, Skype, YouTube en Apple. De spionage vindt plaats vanuit het geheime spionageprogramma met de naam ‘PRISM’.

Journalisten van The Washington Post en The Guardian hebben een document in handen gekregen met de classificatie ‘top secret’, wat wordt gebruikt om NSA-agenten te trainen.

De veiligheidsdiensten tappen gegevens rechtstreeks af van de centrale servers van de negen internetdiensten. Onder de afgetapte gegevens bevinden zicht audio- en video-chatgesprekken, foto’s, emails, documenten en logbestanden.

Woordvoerders van de betrokken bedrijven ontkennen betrokkenheid bij PRISM. De Amerikaanse veiligheidsdiensten kunnen echter bedrijven dwingen om betrokkenheid bij dergelijke activiteiten stil te houden.

De NSA zou al toegang hebben tot de gebruiksgegevens vanaf het moment dat toenmalig president George W. Bush in 2007 een aanpassing in de Protect America spionagewet goedkeurde. Deze wet staat toe dat gebruikers van Amerikaanse diensten in het buitenland mogen worden gevolgd. Voor spionageactiviteiten is vervolgens geen gerechtelijk bevel vereist. De wet is in december 2012 onder president Obama opnieuw herzien.

Gisteren ontstond ophef nadat bekend werd dat de NSA telecomprovider Verizon dwong op grote schaal telefoongegevens te verstrekken van Amerikaanse burgers.

Aanmelden voor onze nieuwsbrief